Opmerkelijke resultaten van de Nationale Tuinvogeltelling

Vogelbescherming Nederland en SOVON Vogelonderzoek Nederland organiseren de Nationale Tuinvogeltelling vanaf 2001. Op deze pagina vindt u zes opmerkelijke resultaten van de Tuinvogeltelling. Dankzij de Tuinvogeltelling weten we hoe vogels in de winter onze tuinen gebruiken. Met die informatie kunnen we vogels beter helpen en beschermen.

vogelillustraties: Elwin van der Kolk
01

Grote bonte spechten: hoe kouder de winter, hoe meer we er zien ?n het gaat goed met ze

In sommige jaren is er voorafgaand aan de Nationale Tuinvogeltelling een lange vorstperiode. In die jaren zien we meer grote bonte spechten tijdens de Tuinvogeltelling. Daarnaast gaat het gewoon goed met de grote bonte specht doordat onze bossen ouder worden.

Lees meer

Grote bonte spechten zoeken bij aanhoudende kou onze tuinen op. De winter van 2008-2009 was de koudste in twaalf jaar, met een lange vorstperiode rond de jaarwisseling. In 2013 was er een lange vorstperiode van 10-27 januari, precies voorafgaand aan de Tuinvogeltelling van 2013. In tuinen is er in vergelijking met bossen en parken meer voedsel te vinden voor grote bonte spechten (denk aan vogelpindakaas en voedersilo?s). Dat voedselaanbod helpt grote bonte spechten koude periodes te overleven. De piek van 2018 wordt niet verklaard door het weer maar doordat het goed gaat met de grote bonte specht. De winter van 2017/2018 was zacht en toch zagen we gemiddeld de meeste grote bonte spechten sinds de telling van 2008. De populatie is langzaam aan het toenemen doordat onze bossen ouder worden. Goed nieuws voor de grote bonte specht!


Grote Bonte Specht

Grote bonte specht

Het aantal deelnemers aan de Nationale Tuinvogeltelling wisselt van jaar tot jaar. Voor deze grafiek zijn de aantallen getelde grote bonte spechten omgerekend naar indexcijfers. Dat maakt vergelijkingen van verschillende jaren mogelijk. Het basisjaar is 2008 (=100). De temperatuur is de gemiddelde temperatuur in januari per jaar.

02

We zien steeds minder merels

Merels werden tot 2017 in de meeste tuinen waargenomen. Vanaf 2018 niet meer. In dat jaar kelderde de merel voor het eerst sinds de start van de Tuinvogeltelling uit de top-3 en kwam hij op nummer 5 terecht. Dat komt vermoedelijk deels door klimaatverandering en deels door het usutu-virus. Doordat onze winters langzaam zachter worden, hebben merels uit Noordwest-Europa de laatste jaren waarschijnlijk wat minder behoefte om naar het zuiden te trekken. Het usutu-virus waart sinds 2016 rond. Desondanks is de merel nog steeds de meest talrijke broedvogel van Nederland.

03

Welke vogels vind je het meeste in Nederlandse tuinen?

In 2018 werd de koolmees in de meeste tuinen geteld. Dat is een verandering in vergelijking met andere jaren. Tot 2017 werd de merel in de meeste tuinen geteld.

Lees meer

De merel wordt niet alleen in minder tuinen geteld, maar ook het aantal merels per tuin is minder in vergelijking met voorgaande jaren. Sinds het begin van de Tuinvogeltelling is het aantal merels per tuin minder geworden: in 2008 werden er nog 3,7 merels gemiddeld per tuin geteld. In 2018 waren dat er nog maar 2 per tuin. Klik per soort om te zien in hoeveel procent van de tuinen de soort gezien wordt en wat de gemiddelde groepsgrootte is.

Merel

Merel

Roodborst

Roodborst

Vink

Vink

Huismus

Huismus

Ekster

Ekster

Koolmees

Koolmees

De merel zie je in 69% van de tuinen, meestal in groepjes van 2

De roodborst zie je in 61% van de tuinen, meestal in z'n eentje

De vink zie je in 45% van de tuinen, meestal in groepjes van 3

De huismus zie je in 46% van de tuinen, meestal in groepjes van 8

De ekster zie je in 42% van de tuinen, meestal in groepjes van 2

De koolmees zie je in 80% van de tuinen, meestal in groepjes van 3

In deze grafiek wordt het percentage tellingen weergegeven waarin deze vogelsoorten geteld werden tijdens de Nationale Tuinvogeltelling van 2018. In 80% van de tellingen werd een of meer koolmezen geteld, in 32% van de tellingen werd een of meer kauwtjes geteld.

04

Halsbandparkieten: exoten in de Nederlandse stad

Halsbandparkieten leven vanaf de jaren 1960 in onze steden. Het eerste broedende paartje was in 1968 in Ockenburg in Den Haag. Ze stammen af van ontsnapte en vrijgelaten halsbandparkieten.

Lees meer

Het aantal halsbandparkieten in Nederland groeit nog steeds en het einde aan de groei lijkt nog niet in zicht. De vogels zijn goed bestand tegen onze koude winters ondanks dat ze oorspronkelijk voorkomen in India en Oost-Afrika. Hun winteroverleving is sterk afhankelijk van bijvoedering door mensen. Halsbandparkieten eten graag pinda?s.

Aantal

Groepsgrootte

In deze grafiek ziet u het absolute aantal waarnemingen van halsbandparkieten per jaar. Deze aantallen zijn niet verrekend met het wisselende aantal tellers dat jaarlijks meedoet aan de Tuinvogeltelling. Per jaar is ook de gemiddelde groepsgrootte vermeld.

We zien de halsbandparkiet vooral in steden in de Randstad. In Den Haag, Amsterdam, Leiden en Haarlem staat de halsbandparkiet zelfs in de top-10 van meest getelde soorten.

05

Invasiewinters van de koperwiek en kramsvogel

In sommige winters worden er veel koperwieken en kramsvogels geteld. Invasies van deze soorten zijn lastig te voorspellen maar ze ontstaan door een goed broedseizoen gevolgd door voedselschaarste in hun broedgebieden, waardoor ze massaal uitwijken.

Lees meer

Koperwieken en kramsvogels zijn familie van merels en zanglijsters. Ze broeden in noordelijke bossen en overwinteren in meer gematigde klimaatzones in West-Europa, zoals bij ons. Koperwieken zijn dol op bessen: ze kunnen zich met tientallen op een lijsterbes storten. In het najaar en in de winter is het 'tsjak-tsjak-tsjak' van groepen kramsvogels zeer regelmatig te horen. Vandaar hun bijnaam: tsjakkers. Kramsvogels zijn net als koperwieken dol op bessen en appels en daarom goed in fruitteelt-gebieden te zien. Maar ze zoeken ook voedsel op weilanden, soms samen met koperwieken.

Koperwiek

Koperwiek

Kramvogel

Kramsvogel

Het aantal deelnemers aan de Nationale Tuinvogeltelling wisselt van jaar tot jaar. Voor deze grafiek is het aantal getelde koperwieken en kramsvogels omgerekend naar indexcijfers. Dat maakt vergelijkingen van verschillende jaren mogelijk. Het basisjaar is 2008 (=100).

06

Nationale Tuinvogeltelling door de jaren heen

De top-10 van de Nationale Tuinvogeltelling verandert door de jaren heen. Schuif de balk langs de jaren en u ziet de veranderingen. De dramatische achteruitgang van de spreeuw zien we terug in de resultaten: van plek 3 in 2001 tot buiten de top-10 in 2016 en 2018.

Lees meer

Invloeden van het weer, beschikbaarheid van voedsel en veranderingen in het broedsucces zijn terug te zien in de resultaten per soort. De afnamen van de algehele populatie ringmussen en spreeuwen vertaalt zich in een dalende plek in de top-10. De invloed van voedselbeschikbaarheid en streng winterweer zien we bij de wisselende positie van de vink: bij voedselgebrek in de bossen zoeken vinken onze tuinen op als laatste redmiddel. Vooral onderin de top-10 zien we van jaar tot jaar veel wisselingen.

Sleep de balk langs de jaren
2001

Plek 1

Ekster

Plek 1

Houtduif

Plek 1

Huismus

Plek 1

Kauw

Plek 1

Kokmeeuw

Plek 1

Koolmees

Plek 1

Merel

Plek 1

Pimpelmees

Plek 1

Ringmus

Plek 1

Roodborst

Plek 1

Spreeuw

Plek 1

Turksetortel

Plek 1

Vink

De tellingen van 2001 en 2002 waren proeftellingen om de systematiek van de telling te testen. Vanaf 2004 wordt de Tuinvogeltelling elke winter georganiseerd zoals wij de telling nu kennen. Aanvankelijk in december. Vanaf winter 2007/2008 is het telmoment verschoven naar januari. Daarom ontbreekt er een telling in 2007.

De data en grafieken op deze pagina zijn met zorg samengesteld op basis van de gegevens van de Tuinvogeltellingen van voorgaande jaren. De Tuinvogeltelling is geen wetenschappelijk meetinstrument maar een citizen science project. De Tuinvogeltelling levert informatie over hoe vogels onze tuinen in de winter gebruiken. De Nationale Tuinvogeltelling is een project van Vogelbescherming Nederland en SOVON Vogelonderzoek Nederland. De infographics op deze pagina zijn gemaakt door Studio Lakmoes.

Tooltip